website-van-ab-drijver publicaties-van-ab-drijver ebooks muziek-van-ab-drijver startpagina-leuke-dingen eigen-websites verzamelpagina-weblog-herinneringen

 Het bloedrode laken

Ik herinner mij een vorig leven. Nou ja, zo lijkt het soms. Dat vorige leven speelde zich af in de vorige eeuw. In gedachten ga ik wel eens naar dat vorige leven terug. Ik weet dan heel zeker dat ik in die tijd dezelfde geest in mij meedroeg die ook nu nog in mij leeft.

Ik herinner mij een straat. En ook een huis. En achter dat huis een tuin. En in die tuin een grote primitieve schuilhut. Het was in Assen. Een doodgewoon provinciestadje in de aprildagen van 1945.

Eigenlijk is het onmogelijk dat ik mij die schuilhut in de tuin herinner. Ik was een baby. Maar het is waar. Ik weet nog goed dat ik in die donkere hut zat, en dat de volwassenen die er ook in zaten mij van schoot naar schoot tilden. Iedereen wilde ‘de jonge zeun van Aoldert en Gedda’ wel even vasthouden.

Wij zaten in die schuilhut, tijdens de bevrijdingsstrijd die in en om Assen gevoerd werd. Ik herinner mij de fluitende toon van kogels in de donkere nacht. Er heerste grote spanning onder de volwassenen. Opa en opoe, mijn toen nog jonge, en thuiswonende ooms en tantes, en mijn vader ook: iedereen was naar die schuilhut gerend die door mijn vader, samen met mijn opa, in de tuin was uitgegraven. Een gat in de grond, met een dikke laag planken, takken en zand er overheen. Een smalle ingang en een trapje naar beneden.

In het begin van onze schuil-periode zat mijn moeder nog niet in de hut. Toen iedereen begon te rennen omdat er geschoten werd, bleef zij met mij achter het huis staan en klemde zij mij stevig in haar armen. Ik voelde haar angst. Zij wilde absoluut niet mee met de anderen, want zij had geen enkel vertrouwen in die eenvoudige schuilplaats in de tuin. Zij vluchtte het huis in en daalde met mij het trapje af naar de vochtige kelder van onze rijtjeswoning aan de Molenstraat. En in die kelder zaten wij toen samen even te schuilen voor de kogels en voor de bommen die zomaar opeens uit de lucht zouden kunnen vallen. Totdat de anderen ons toch kwamen halen en mijn moeder haar verzet, wegens een overmacht aan uit angst geboren argumenten, moest opgeven. Ook wij gingen toen naar de zelfgebouwde bunker onder de appelbomen. Samen uit, samen thuis. Het werd een lange nacht, vol van gedempte mannen- en vrouwenstemmen en omgeven door een zinderende laag van spanning en onzekerheid.

De buren, zij waren gewoon in huis gebleven, kwamen ons de volgende morgen vertellen dat de Duitsers bijna allemaal verdreven waren en dat het buiten nu wel weer veilig was. Wij gingen de straat op. En ja hoor. Daar stond een achtergebleven Duitse soldaat, met zijn handen omhoog, tegen de gevel van het winkeltje van Saartje Bolt. En midden op de straat stond een geallieerde militair, die helemaal uit Normandie was gekomen om hier, in de Molenstraat in Assen, voor onze ogen te sterven.

Hij had de loop van zijn geweer op de borst van de Duitser gericht. Wij stonden er op een afstandje naar te kijken. Iedereen vond het prachtig dat de Duitser gearresteerd werd. Sommige mensen twijfelden nog wel. Want was het nu dus werkelijk afgelopen met de terreur van de Duitsers? En hadden de geallieerden Assen werkelijk bevrijd?!? Mijn moeder droeg mij op de arm toen wij op het trottoir stonden en er alom blijdschap voelbaar was over deze hoopgevende vertoning.

Maar toen liet de geallieerde soldaat, iets te vroeg, zijn wapen zakken. Hij gebaarde naar de Duitser dat die zijn pistool op de grond moest gooien. De Duitse soldaat liet zijn armen zakken en trok zijn pistool uit zijn gordel. En toen schoot hij de geallieerde soldaat dood.

Ik weet niet zeker of ik mij dit schouwspel werkelijk herinner. Maar ik was er wel bij toen het gebeurde. En ik draag nog steeds vage beelden in mij mee van mensen die vreselijk verdrietig en boos waren. Er kwamen andere geallieerde soldaten aanlopen, vanuit de Molendwarsstraat en uit Kattegang. Zij zagen wat er zojuist gebeurd was en zij richtten hun wapens op de Duitser. Die liet zijn pistool vallen en stak zijn handen weer omhoog. Hij wist dat hij nu nog maar weinig kans had om de oorlog te overleven. Want een paar meter bij hem vandaag lag de geallieerde soldaat op de klinkers leeg te bloeden.

Twee geallieerde soldaten duwden de Duitser ruw met zijn rug tegen de muur van het winkeltje van Saartje. Zij deden enkele stappen terug en maakten aanstalten om hem ter plekke te executeren. Maar toen greep een derde militair in. Misschien was hij hoger in rang. Wie zal het zeggen. De executie ging in ieder geval niet door, en de Duitser werd als krijgsgevangene afgevoerd.

Een van onze buren kwam aanlopen met een groot wit laken. Een buurvrouw dekte het dode lichaam er mee toe. Ik zie nog hoe het laken rood kleurde.

Herinneringen.

Soms zijn ze echt. Maar vaak ook zijn het slechts beelden die je zelf in je geest vormt wanneer anderen jou verhalen vertellen die het beeldend vermogen in jezelf tot leven wekken. Er werden veel bloederige verhalen verteld in de eerste jaren na de oorlog. Misschien heb ik later, toen ik een jaar of vijf was, in mijn hoofd wellicht toch eigen beelden gevormd bij het verhaal van de schuilhut en van de fluitende kogels. Want mijn moeder vertelde het soms aan mensen die er niet bij waren geweest.

Maar hoe dan ook, het is wel zeker dat ik de baby was die op de arm van zijn moeder naar dat bloedrode laken keek toen zijn moeder zich er overheen boog en toen zij zacht begon te huilen.


Ab Drijver

25 oktober 2015.

(De eerste versie van dit waargebeurde verhaal werd op 22-10-2006 gepubliceerd op mijn, inmiddels opgeheven,  weblog  'Herinneringen' van webhost Mijn Domein).


Foto’s van de Molenstraat en van het winkeltje van Saartje Bolt, en een filmpje van de intocht van de geallieerde militairen op 13 april 1945, kort nadat een geallieerde elite-eenheid de stad  Assen had bevrijd.

het-bloedrode-laken verzamelpagina-weblog-herinneringen