website-van-ab-drijver publicaties-van-ab-drijver ebooks muziek-van-ab-drijver startpagina-leuke-dingen eigen-websites verzamelpagina-weblog-dagblad-pub

In de periode van pakweg 1870 tot 1920 leefden vele duizenden mensen op het platteland en in de grote steden van ons land in diepe armoede. Amsterdam, bijvoorbeeld, kende verschillende ernstig verpauperde volksbuurten waarin grote gezinnen in tochtige kamers en vochtige kelders een ellendig bestaan leden. De mensen waren niet of nauwelijks geschoold en de kans dat een gezin een vast inkomen zou kunnen verwerven was dan ook bijzonder klein. En recht op sociale bijstand bestond nog niet.

Ook Drenthe kende verschillende ketendorpen waarin ongeschoolde arbeiders, soms met grote gezinnen, in diepe armoede aan de rand van de samenleving bivakkeerden. In de Drentse volksmond werden dergelijke buurtjes op verschillende plekken ‘de Lange Jammer' genoemd. Die naam geeft aan dat de mensen die er woonden zo arm en kansloos waren dat zij zich niet konden ontworstelen aan een uitzichtloos en jammerlijk bestaan.

Vanuit de gegoede burgerij werden zij vaak beschouwd als a-socialen die niet wilden werken. Wanneer zij dan ook, vooral ‘s winters, in grote nood bij de gemeente of bij een kerkelijke instantie aanklopten en er om hulp vroegen dan werden zij niet zelden beschouwd als simpele en luie zielen die alleen maar liepen te jammeren en te klagen.

Bewoners van zo’n Lange Jammer, die lid waren van een kerkgemeenschap, kregen in het algemeen eerder en vaker hulp dan mensen die niets van ‘de kerk’ wilden weten. Medische hulp was, vooral in afgelegen veengebieden, niet of nauwelijks beschikbaar. Als mensen de huur van hun normale woning niet meer konden opbrengen dan werden zij vroeg of laat door hun huur baas op straat gezet. En zo kwamen ze dan volledig berooid in een zelf-gebouwde keet, een plaggenhut of in een onbewoonbaar krot in een zogenoemde Lange Jammer terecht.

De Drentse auteur Anne de Vries beschrijft zo'n armoedige gemeenschap in zijn succesvolle roman Bartje. Hij situeert het buurtje ergens op het platteland. Maar het is vrijwel zeker dat ‘de Lange Jammer van Assen’ model heeft gestaan voor de huisjes waarin De Vries zijn hoofdpersoon Bartje en diens familie laat leven. In de jeugd van Anne de Vries was de Asser Lange Jammer te vinden op een terrein dat begrensd werd door het Noord-Willemskanaal en de Stegeweg; de huidige Sluisstraat.

Elsje Struijk uit Assen woonde als kind in die Asser Lange Jammer en zij herinnert zich een buurvrouw die door Anne de Vries wordt beschreven. Zij vertelt: 'De Lange Jammer bestond uit twee rijen huisjes achter de wal van het kanaal, bij de sluis. Een van onze buren was Zwarte Jante, een oudere vrouw die bijna blind was. Daardoor was het bij haar in huis niet altijd even schoon. Zij komt in het boek Bartje voor. En dat is voor mij het bewijs dat 'onze Lange Jammer' in Bartje is beschreven. Namen van buren die ik mij ook nog kan herinneren zijn Marie van Linschoten, Middelbos en Louhof. Stuk voor waren het straatarme  mensen die vaak net genoeg hadden om niet dood te gaan, maar niet genoeg om er fatsoenlijk  van te kunnen leven'.

Elsje Struijk werd in Assen geboren, in een kinderrijk gezin. Haar vader werkte als pakhuisknecht, maar hij was fysiek niet erg sterk en hij verdiende mede daardoor weinig geld.Toen Elsje twee maanden jong was verhuisden haar ouders met hun negen kinderen naar Den Haag. Vader was in het Westen geboren en hij hoopte dat hij daar, via familieleden, een betere baan zou kunnen vinden. En dat lukte hem ook. Maar al snel bleek dat er onder zijn kwetsbare lichamelijke gesteldheid een ernstige ziekte verscholen ging.

Elsje: 'Vader had tbc en hij takelde snel af. Als hij te ziek was om te werken dan kregen hij geen geld en wij leefden dan ook in Den Haag al snel weer in armoede. Wij trokken daardoor de aandacht van rijke mensen. Op een middag kwamen een dame en een heer naar ons huisje toe. Zij bleken belangstelling voor mij te hebben. Ik was toen een jaar of vier, een kleine krullenbol met goudblond haar. Zij vroegen mijn moeder of ze mij mochten kopen. Dat gebeurde in die tijd wel vaker, want in grote arme gezinnen werd het soms als een opluchting ervaren als er een mond minder gevuld hoefde te worden. Sommige ouders verkochten daarom een kind, in de hoop dat hij of zij een beter leven zou krijgen. Maar mijn ouders weigerden dat te doen.

Ze waren heel erg geschrokken van het bezoek. Arme mensen hadden in die tijd niets te vertellen. Eigenlijk waren wij rechteloos. En als zo'n rijk echtpaar een kind wilde kopen, dan zou hen dat volgens mijn ouders wel lukken. Diezelfde avond nog, besloten mijn vader en moeder er vandoor te gaan. Onze spulletjes werden op een karretje geladen en mijn oudste zusje duwde vader in zijn rolstoel'.

'Wij vertrokken als dieven in de nacht uit Den Haag en gingen lopend op weg naar Zwolle. Daar woonde mijn oma van vaderskant. Onderweg mochten wij overnachten bij mensen die waarschijnlijk medelijden hadden met dat haveloze stelletje en met die zieke vader. Na een week kwamen we doodmoe in Zwolle aan. Maar ons grote gezin kon natuurlijk niet lang in het huisje van oma blijven en daarom vertrokken wij na een paar dagen alweer naar Assen waar wij in een krot in de Lange Jammer gingen wonen'.

Het ontheemde gezin telde toen dus negen kinderen en de tiende was op komst.  Moeder verdiende een paar centen per week met het herstellen van beschadigde meelzakken van de firma Benus die in een pakhuis aan de Drentse Hoofdvaart was gevestigd. Elsje: 'En mijn vader hielp daar af en toe met het lossen van schepen, maar de stumper was toen echt doodziek. Als moeder in onze kamer die oude meelzakken zat te stoppen dan hing er een grijze stofwolk in de kamer. En dan zat mijn vader, met zijn zieke longen, ook 's winters bij de geopende achterdeur in de buitenlucht, omdat hij in de kamer bijna stikte'.

In de nacht waarin het tiende kind geboren werd stierf vader. Een gebeurtenis, die Elsje nooit heeft kunnen verwerken. Jarenlang bleef zij hopen dat hij terug zou komen en nu zij 77 jaar is herinnert zij zich nog haarscherp hoe gelukkig zij zich voelde als zij als kind soms even bij hem op de schoot mocht zitten.

Elsje: 'Het gebeurde 1912,  in het jaar waarin de Titanic zonk, en de mensen praatten daar over, hoewel niemand in de Lange Jammer een abonnement op een krant kon betalen. Het nieuws ging van mond tot mond en je hoorde hoe verschrikkelijk het allemaal was. Maar ik weet nog heel goed dat er voor mij maar een ding echte belangrijk was. Ik wilde mijn vader terug'.

Niet lang na de begrafenis kreeg het vaderloze gezin een woning aangeboden aan de Melkweg (nu de Tuinstraat) waar woningwetwoningen waren gebouwd voor arme mensen. De Lange Jammer zou binnen afzienbare tijd afgebroken worden, omdat die huisjes in geen enkele opzicht voldeden aan de voorwaarden die in de Woningwet aan bewoonbare woningen werden gesteld.

In het woongebied van Assen 'over het spoor' dat nu bekend staat als Assen-Oost, bestond toen nog het keten-dorp Lombok en er stonden ook nog enkele plaggenhutten en een paar boerderijtjes.

Gedwongen door de landelijke Woningwet van 1901 had de overheid in dit gebied goedkope, maar goed bewoonbare, huizen gebouwd en zo ontstonden het Witte, het Rode en het Blauwe Dorp waarin vele arme mensen, die heel lang aan de rand van de samenleving hadden gewoond, nu een menswaardig onderkomen vonden.

Elsje: 'Ook aan de Melkweg was de armoede groot, maar ik heb toch mooie herinneringen aan die tijd. De mensen steunden elkaar door dik en dun. Ik vond eens een rijksdaalder die op de grond lag in de Stationsstraat. Toen ik er mee thuis kwam huilde mijn moeder van blijdschap en zij kocht meteen een grote zak vol boodschappen. Daarna gingen wij de buurt in om iedereen uit te nodigen want wij hadden nu opeens echte koffie! Het werd een gezellig feest waarbij er accordeon-muziek werd gemaakt en er werd ook op straat gedanst. Op mooie zomeravonden werd er wel vaker op straat muziek gemaakt en als wij, als kinderen, dan op bed lagen dan genoten wij van de gezellige en vriendelijke sfeer. En dan gluurden wij stiekem door het dakraam naar buiten. In een tijd van grote armoede geniet een kind heel intens van momenten waarop alle volwassenen vrolijk zijn'.

Elsje herinnert zich hoe haar moeder met een hondenkar langs de huizen ging en dagenlang in de omgeving van Assen langs de boeren trok. 'Ik weet niet meer of zij spulletjes verkocht of dat zij bedelde. Mijn zusje van tien jaar deed de huishouding. Later werkte moeder in de kazerne waar zij aardappels moest schillen. Zij kwam dan vaak thuis met een emmertje vol eten en het kwam ook wel voor dat wij 's winters naar de kazerne liepen waar wij dan net zo lang voor het hek bleven staan tot wij, blauw van de kou, werden binnengelaten. In de keuken kregen wij dan iets te eten. Ook kochten wij vaak voor een dubbeltje oud brood  bij een bakker. Je had dan een schort vol brood en dan voelde je je rijk.'

Elsje groeide op en zij kreeg een baantje als hulp in de huishouding. Zij trouwde en baarde dertien kinderen.

De Tweede Wereldoorlog bracht ellende en angst. En ook de jaren daarna waren moeilijk en vol van tegenslagen. Het viel niet altijd mee om de eindjes aan elkaar te knopen. Pas toen Elsje tot de 65-plussers begon te behoren kreeg zij tijd voor zichzelf en kwam er een sluimerend talent in haar naar boven. Zij begon verhalen, liedjes en gedichten te schrijven en zij heeft inmiddels stapels schoolschriften waarin jeugdherinneringen en gefantaseerde verhalen zijn vastgelegd.

Zij kent ook veel oude volksliedjes uit het hoofd en toen ze gevraagd werd mee te werken aan het cabaretgroep Bartje aarzelde zij geen moment. Verschillende jaren zong zij oude liedjes op het toneel. Toen zij 69 jaar was werd zij tijdens een manifestatie in Hoogeveen uitgeroepen tot 'de charmantste vrouw in Drenthe boven de 65 jaar'. Zij ontving er een certificaat voor dat zij met zorg bewaart.

Elsje Struijk kijkt terug op een lang leven vol van tegenslagen. Over alle ellende die haar en haar eigen gezin overkwam, wil ze liever niet praten. Ze zegt: 'Het leven is het waard om geleefd te worden en ik kijk wel eens met weemoed terug naar mijn kinderjaren. Want ondanks de armoede was het toch ook wel een mooie tijd. Maar als ik mijn hele leven nog een keer (op precies de zelfde manier) over zou mogen doen…. Nee. Dank je. Dan zou ik dat beslist niet doen’.






In de herfst van 1983 interviewde ik de toen 77-jarige mevrouw Elsje Struijk uit Assen. Zij woonde in het verzorgingshuis De Vijverhof. Het interview werd gepubliceerd in de dagbladen van de Drents Gronings Pers.

In de herfst van 2015 vond ik het artikel in mijn archief terug en besloot ik om het op dit weblog te plaatsen.

Voorzien van een bijgewerkte en verklarende inleiding. Want het fenomeen 'de Lange Jammer' is gelukkig uitgestorven en daardoor is het waarschijnlijk niet meer bekend bij mensen die het boek en/of de tv-serie 'Bartje' van Anne de Vries niet hebben gelezen of gezien.   



 Terugblik op een lang leven vol van armoede en tegenslag


Elsje Struijk, het meisje uit de Lange Jammer

Elsje werd in 1983 gefotografeerd door Harry Cock verzamelpagina-weblog-dagblad-pub interview-elsje-struijk